uit: Mutatis Mutandis

De middelgedichten - Bart Madou

 

 

 

POĖZIE

 

 

 

Een droom die plooit is een gedicht.

Water ook.

Het water en de wolken.

Je zou het kunnen noemen: stilte in mij.

 

Een brugje van Monet,

met waterlelies of: de spiegels van mijn woorden.

Daar ik, hier jij.

Een symfonie op armlengte.

 

En tussen brug en droom:

het horen van je ogen,

de blauwe adem van je hart.

Zo dus.

 

Zo dus, en niet anders.

 

 

 

 

RIO MONDEGO

 

… zo trekken de ideeėn en de beelden

sidderend van uitdrukking aan mij voorbij

in sonore stoeten van versleten zijde…

 (Fernando Pessoa)

 

Hartstocht gelijk,

en glanzend om niets,

heukert hij offers van zout :

verdampende tremolo’s,

alfabet van zigeuners

in dertien talen …

vloeibare weide,

bijgelovige stier,

deinend als het rochelend schrijven.

 

Maan als de zon

wuivende schelpen,

vol schuim en verboden

blauwe masten op boten

als Eros’ pijlen goudgepunt,

koralen kus op de brug,

kalligrafie van de lust

een vis breekt

het bedrijf van de ontucht.

 

Kanonnen grauw en

zuidwaarts gerangschikt

- en dit op de rand van Coļmbra -

loden monden,

toewalsend

de druiven van vrede

alsof slechts smeuļge rijst,

slechts zwarte gedachten

bestaan en bestonden.

 

RANGSCHIKKERS DER DINGEN

 

(Panteao de D. Joćo I, Batalha)

 

Tijdloze stemmen zijn nu mijn handen,

rimpelend over de baard van de sleutel,

een nest van overvoltooide symbolen,

gezang tegen uitgeslagen stergewelven

- ikzelf, een optelsom van onderwerpingen :

door het maaswerk ontsnapt mijn verleden.

 

Zal iemand mij redden van de vermomming,

iemand de kraagsteen van mijn ego betasten ?

Kan iemand de ranken polijsten,

de zwevende schalken nog verder sculpteren ?

Joćo, eersteling, valk, samenvloeiļng van bogen,

ik voel in je graf het filigraan van mijn jeugd.

 

Joćo is dood, en dood Leonore, zijn moeder,

vermoord in een krans van gotische ribben,

Ik ben een figuur uit dit boek, een muur,

Een tweeschalige dans gevlochten in steen,

nooit was ik meer dan een dromer, meer dan een schim,

meer dan een echo, broos als het licht van Batalha.

 

 

 

PORTUGAL

 

 

 

Waar lage schuiten op lage rivieren

schuiven als op schilderijen,

waar nachten soms bitter zijn

als de dood tussen de bladeren van de kurkeik,

waar er driemaal meer schijn is en

één onzichtbare werkelijkheid,

waar de partite van Bach anders klinken

omwille van de kusten met hun lichten,

waar het maagdenvlies van Spanje geschonden werd

door de liefdedronken blik naar de Amazonas,

waar ik je wel zou kunnen beminnen als

in een kostbaar openingsgedicht.

 

Portugal,

verloren rib van Frankrijk, drijfzand rond een oceaan.

 

Portugal,

waar de vraag naar liefdes lijden triviaal

en tastbaar op de flank van Afrika weerkaatst.

 

 

Amsterdam

 

 

 

Je gevels steken hun vingers uit, vingerwijzend

naar de hallucinaties van Oradour sur Glane.

Margot stopte haar schooltas vol met boeken,

voor mij, tenminste, is dit midden je gelaat

van 1942.

 

Wij herkennen elkaar aan het deftige groeten,

aan het zwellend geruis van Penderecki.

In jou zijn wij ontelbare malen verdwenen

als baders in een verscheurd mozaļek van kanalen.

Wij haakten in de close-ups van je vrouwen,

met hun waanzinnige monden, teleurgesteld

om niets, niet het verleden, niet de seizoenen.

 

Amsterdam,

eenzame ruļne op de heuvels van de tijd,

dat je zoveel kon vergeten, of ligt het luisteren

aan ons, naar de melodieėn van je grachten?

Prinsen, heren en hoeren. Tevergeefs bespoelen

je gefronste geuren de kades van uitstervend leed.

 

 

Gezichten van een rivier

 

 

 

Diepe rivieren, ze breken

als spiegels, ze hebben

het gemakkelijk zo te

springen van rots tot rots,

hun sporen achter te laten,

ze tegelijkertijd uit te wissen.

 

Zij bezitten het water en

zijn het op hun beurt,

voor hen geen verschil

tussen waken en slapen,

eten of drinken

diep zijn of niet zijn.

 

Zij maken afspraken

met woudreuzen en

drijvende lelies bevrucht

door insecten. Nooit

thuisgebracht, steeds

stervend ver van zichzelf.

 

Gebeden van vuur, orakels

van smeltende sneeuw.

Dichters van deze planeet

gehuld in het ijle bestaan

en ingewijd in de uitersten.

Eeuwig spel zonder vrijgeleide.

 

© Copyright 2010  ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN   hetbeleefdegenot.be

Contact: hetbeleefdegenot@scarlet.be - tel. 0498/73.58.73

Laatst bewerkt: 16 maart 2010