HET

BELEEFDE

GENOT

 vzw

hetbeleefdegenot.be
Home
    Even voorstellen
Wie is wie?
    Abonnement
Te beleven
Beleefd
Toverberg
Publicaties
Fotogalerij
Kunstenaars
 
Links
Contact
    Dagboek


HET BELEEFDE GENOT vzw

Coronadagboek Bart

 

      

 

Dagboek 2020 Dagboek 2021
   
  Februari 2021
   
   
Mei 2020  
Juni 2020  
Juli 2020  
Augustus 2020  
September 2020  
Oktober 2020  
   
   

 

Februari 2021

Maandag 8 februari 2021

Uit een vroeger essay van mij (Mijn tijd):

“'Het sneeuwde overal op de donkere vlakte in het midden van het land, het sneeuwde op de boomloze heuvels, sneeuw viel zachtjes over het Allen-moeras en meer naar het westen, waar ze zachtjes viel in de donkere, opruiige golven van de Shannon. Ze viel ook op het eenzame kerkhof op de heuvel waar Michael Furey begraven lag. Sneeuw lag hoog opgewaaid tegen de scheve kruisen en stenen, op de spiesen van het hekje, op de kale doornstruiken. Langzaam bezwijmde zijn ziel terwijl hij hoorde hoe de sneeuw lichtjes neerviel door het heelal en neerviel, lichtjes, als het einde der tijden, over al de levenden en doden.'

Heb je het gemerkt? Nee? Herlees het misschien nog even. Zie je dan hoe 'viel zachtjes' overgaat in 'zachtjes viel', en daarna als een echo 'lichtjes neerviel' en 'neerviel, lichtjes'?

Een subtiele en tegelijk sublieme retorische stijlfiguur, die allicht wel een naam zal hebben, maar daar gaat het hier niet om. De tekst komt uit een verhaal van James Joyce, De Doden.

Een van de briljantste intellectuelen van onze tijd, George Steiner, beweerde dat hij bij deze passage zijn 'absurde tranen' (sic) moest proberen te onderdrukken in het bijzijn van zijn studenten. Wat kun je anders doen dan zwijgen?

Ik denk dat ik vanaf nu stiltes ga verzamelen, te beginnen met de prachtigste seconde stilte die ik ken, de stilte na de laatste noot van Bartok's zesde en laatste strijkkwartet.”

 

Dinsdag 9 februari 2021

Misschien moet ik mij voor mijn dagboek beperken tot het citeren (en eventueel becommentariëren) van een passage die mij onder mijn ogen kwam en waarvan ik goeddunkend geknikt heb. ‘Fraai!’. Passages genoeg natuurlijk, wie leest met het potlood cq. bic (ooit kogelpen genoemd) in de hand kan wel genoeg onderstrepen, (het belangrijkste) aanstrepen (de moeite waard, maar doorgaans niet om in steen te beitelen, eerder iets wat specifiek tot het boek behoort).

Mijn laatst gelezen boek was Een doodgewoon leven van Karel Čapek. Hieruit, bladzijde 51: “Uiteindelijk zijn het vooral twee krachten die de levensloop voorwaarts schuiven: gewoonte en toeval.” Spreekt eigenlijk voor zich. Toeval en noodzakelijkheid, de menselijke wil en het determinisme en soms lopen ze in elkaar over.

 

Woensdag 10 februari 2021

"Ik moet zeggen dat ik niet zo blij ben met dit 'ontbladeringsproces'. Het ouder worden betekent niet, zoals Goethe schreef, 'een langzaam terugtrekken uit het openbare leven' - waar ik helemaal niets op tegen heb - maar een langzame (of, eigenlijk een plotselinge) verandering van de wereld van een plek bevolkt met bekende gezichten tot een plek die bewoond wordt door vreemden. Met andere woorden, ik ben niet degene die zich terugtrekt uit de wereld, maar de wereld verdwijnt voor mijn ogen." Hannah Arendt in een brief aan haar Amerikaanse vriendin Mary Mc Carthy.

Zo stelde ik mij ooit de ouderdom voor. Wanneer mag je je oud noemen? Als je meer doden onder je vrienden kent dan levenden. Ik maak geen optelsommetjes, maar ik vermoed en vrees dat ik zo stilaan de kaap van 50% nader. De helft van mijn vriendenkring is er straks niet meer, de andere helft dunt zienderogen uit.

Dat terugtrekken uit het openbare leven, dat heeft al een fikse aanvang genomen, ik aanvaard het gemakkelijk, zolang er nog die intimi zijn.

 

Donderdag 11 februari 2021

"Op de gezondheid van alle mooie vrouwen en hun minnaars!" Een welgemeende (en welgemikte) toost van Dolochov (Fedja) in Oorlog en Vrede.

Zie zo’n toost wil ik ook wel eens uitbrengen, uiteraard in het bijzijn van al die mooie vrouwen en in aanwezigheid of afwezigheid, maakt niet uit, van hun minnaars. En meemaken hoe ze zich dan, rood aangelopen, verslikken in hun Cava. ‘Gezondheid’ voeg ik eraan toe en trek een oogje naar een van hen.

 

Vrijdag 12 februari 2021

Vraag van Filip, voorzitter van de plaatselijke Davidsfondsafdeling, om twee gedichten uit te zoeken met de bedoeling die in een soort streaming van een online activiteit voor te lezen. Hij stelde de vraag ook aan vier anderen, twee ervan schrijven ook gedichten, de twee anderen misschien ook maar dat weet ik dus niet. Mijn criterium was: voorleesbaar zijn (dus geen cryptische kronkels, hoewel ik dit soort poëzie wel goed kan smaken) en klassiek, in die zin dat ze tot de canon behoren of er toch toe zouden kunnen behoren. Lang heb ik niet gezocht: De Taag is mooier dan de rivier die stroomt door mijn dorp van Fernando Pessoa en Een bijdrage tot de statistiek van Wislawa Szymborska. Het gedicht van Pessoa is nu wel niet cryptisch maar bezit toch een wat ik een metafysische ondergrond zou durven noemen, zeker in de laatste twee regels:

De rivier van mijn dorp doet denken aan niets.

Wie aan haar oever staat, staat enkel aan haar oever.

Wat kan het leven toch eenvoudig (en mooi!) zijn als je aan de oever van een beekje staat. Een perfecte Szene am Bach.

 

Zaterdag 13 februari 2021

"Realisten beschouwen de idealistische liefde als de sublimatie van frustratie." beweert Jeroen Vanneste in zijn overigens voortreffelijke studie over de roman: De wijsheid van de roman. Natuurlijk is dat soort dichotomieën alles behalve waar (u merkt het misschien: ik vermijd hier het woord realistisch), elke mens en zeker elke schrijver, dichter, kunstenaar is zowel realist als idealist, afhankelijk van de periode in je leven en allicht nog meer afhankelijk van de gemoedsgesteltenis waarin je je op het moment bevindt. Los daarvan vind ik dat er in die bemerking van Jeroen wel wat waarheid zit.

 

Zondag 14 februari 2021

Valentijnsdag. Straks zijn er geen dagen meer over om die te wijden aan een of andere (gecommercialiseerde) gedachtenis: vrouwendag, Halloween, dag van de arbeid, dag van dit, dag van dat. Elke dag is zo stilaan 'een dag van' geworden. Dag van de gewone dag ontbreekt nog, maar ik vrees dat er straks geen dagen meer resten in het jaar.

 

Maandag 15 februari 2021

Momenteel lees ik (zeer gedreven) het verhaal van Françoise Sagan, of beter het verhaal van een passie tussen de genoemde Françoise en de schrijfster van dit passioneel verhaal Annick Geille (met twee ll”en, al zou je het niet altijd denken). Reeds op de eerste bladzijde, bij het open graf van Françoise (zij is 69 geworden en had de laatste jaren al heel wat van haar pin-up voorkomen verloren) vinden wij: “Vriendschap heeft een dikke huid, terwijl de liefde zo broos en breekbaar is.” Wat ik kan beamen. Geille vergelijkt liefde zelfs met murano of dun Saksisch porselein. “Ja meid, (tot zichzelf dus) vriendschap slikt alle misverstanden, maar de liefde vergeeft niets”. Nu ik zowat over de helft ben van haar relaas valt het mij op dat ze hier met ervaring spreekt. Peggy Roche zat (bijna) altijd in de weg, vaak heel letterlijk. Liefde een bikkelharde leerschool, Flaubert wist het al.

 

Dinsdag 16 februari 2021

Nog eens Annick Geille. “Omdat geen man perfect is, had een vrouw twee minnaars, de een jong, de ander niet, hun gebreken en kwaliteiten vulden elkaar prachtig aan.” Zou dat, mutatis mutandis, ook gelden voor de onvolmaakte vrouw? Dat komt wel meer voor vermoed ik: een jonge maîtresse voor het spel, en de niet zo jonge, voor de ervaring en vooral de gemoedsrust, dit laatste des te belangrijker naarmate die man ouder wordt. Wat zei Faust ook weer in Goethe”s drama? “Zu alt um nur zu spielen, zu jung um ohne Wunsch zu sein”. De speelvogel in mij zegt (kwinkeleert) dat ik nog niet “zu alt” ben, maar ook speelvogels verouderen.

 

Woensdag 17 februari 2021

This is the way the world ends

This is the way the world ends

This is the way the world ends

Not with a bang but a whimper.

T.S. (Thomas Stearns, wie weet dat?) Eliot, de laatste regels van zijn monumentaal gedicht The waste Land, dat ergens in april begint, zoals iedereen weet (of zou moeten weten). De huidige pandemie zou ik nu niet bepaald een “whimper” noemen, anderzijds, wat is een hoge golf in de onmetelijkheid van de oceaan? Wat betekent een mensenleven tegenover de miljoenen, miljarden mensenlevens van nu en vroeger en misschien zelfs van later? Begrijp me niet verkeerd, hieruit straalt geen pessimisme of Weltschmerz van af, het leven dient in de eerste plaats ten volle geleefd te worden (al zijn er die miljoenen die dat eenvoudigweg niet kunnen), dan denk ik: wat maakt het leven het leven waard? Onze T.S. heeft er een al even simpel als diepgaand antwoord op: "Cultuur kan eenvoudigweg omschreven worden als datgene wat het leven de moeite waard maakt.” Cultuur dus, beschaving, cultiver son jardin.

 

Donderdag 18 februari 2021

“… frappeert het hem hoe onooglijk en smal het riviertje de Vivonne is en hoe weinig hij er terug kan vinden van vroeger.” Grootsheid en nederigheid in één enkele zin, het is de verteller uit Op zoek naar de Verloren tijd die tot deze gedachte komt. Marcel Proust als Heraclitus, de eeuwige terugkeer die echter nooit terugkeert. Ik kan het mij zo goed voorstellen: terugkeren naar de Vivonne in de hoop daar je jeugd of een glimp ervan terug te vinden. En ja, met je ogen dicht én staand aan de Vivonne, een fractie van een seconde moet dat mogelijk zijn. De rest zal stilte zijn, maar zo’n ontzettend mooie, gruwelijk liefelijke, door merg en been gaande stilte.

Nostalgie nietwaar. Soms ga je beter niet terug naar plaatsen die je je jeugd verloren hebt, mischien zijn die plaatsen er nooit geweest en denk je het maar. Where are all the flowers gone?

 

Vrijdag 19 februari 2021

Als ik even mijn voorbije dagboeknotities bekijk, dan merk ik nogal wat half uitgesproken nostalgie – wat voorbij is, is voorbij -, neigend naar grote melancholie. Nochtans zou ik dat willen tegenspreken, maar hoe, zonder in weer een nieuwe nostalgie te vervallen? Ondanks, of beter dankzij mijn leeftijd en levenservaring wil ik zoeken naar het mooie, het verhevene in een mensenleven. Zoeken wij het niet te ver? Is het “dat” niet belangrijker dan het “wat”? Het komt er toch op neer dat we beminnen, we dat we leven, dat we zijn en niet wat we liefhebben, wat we (be)leven, wat we zijn? Nu ja, het is weinigen gegund dit ter harte te nemen en meestal besef je dit pas als je leven zowat voorbij is.

War das das Leben?- Wohlan, noch einmal!. Met alles erop en eraan en eraf weliswaar: blijheid en droefenis, ontmoeting en afscheid, vreugde en pijn. Ik teken ervoor!

 

Zaterdag 20 februari 2021

“Rustig leven, vaste gewoonten van een gepensioneerde. Al dat dikke gemak moest ooit een keer begonnen zijn met een dag zonder schrijven, gevolgd door nog een dag, zo verliepen er drie, vier weken zonder het gekras van zijn pen op het ruitjespapier…” Tja, hoe herkenbaar voor deze gepensioneerde. Struikel één dag en je geraakt niet meer recht, of pas na veel moeite en uitstel. Een zelf verkozen dood die een leven duurde, schrijft Annick Geille enkele regels verder. Zover is het hier (nog) niet gekomen, dat is te merken aan de dertiende dagboeknotitie van dit jaar (intussen zijn we al de twintigste van deze kortste maand van het jaar). “Schreiben wie ein Form des Gebetes” noteerde Kafka ooit in zijn dagboeken (doet mij eraan denken dat ik die ook nog eens zou moeten herlezen om weer in the mood te komen). Ja, laten wij bidden. Maar het is die tijd hé! Le temps mange la vie en watndoe je eraan ? A la recherche du temps perdu, om in de Franse literaire sfeer te blijven.

 

Zondag 21 februari 2021

Nog een maand en het is weer lente, la primavera, al krijg je de indruk dat alles een maand naar voor is opgeschoven. Vivaldi heeft zich onsterfelijk gemaakt met zijn Lente, al hou ik meer van zijn Winter, zijn L’inverno, meer bepaald van dit ontroerend tweede deel, het Largo. Ontroerend maar ook grenzend aan de melancholie, wat doe je daar tegen? Andere muziek beluisteren al is juist Vivaldi de ideale kuur tegen zwartgalligheid en depressiviteit. Of lezen, de juiste boeken dan. “Colette lezen is een dosis antidepressivum.” Beweert Margot Dijkgraaf in haar bijzonder geslaagde (maar niet uitgediepte) studie over rebelse schrijvers in de Franse letteren, titel: Zij namen het woord. Tien rebellen van Madame de Sévigné, geboren 1626 tot Lydie, Salvayre, geboren 1948. Colette, geboren 1873, bengelt er ergens tussenin. Wel ik ben het volkomen eens met de uitspraak van Dijkstra: Colette lezen helpt tegen het zwarte beest. “Bega domheden”, schrijft Colette, “maar doe het met enthousiasme”. Kan ik perfect inkomen. En ook van haar: “Je schrijft geen liefdesroman terwijl je de liefde bedrijft”, al helpt het ene wel om het andere naar behoren te doen. Je mag zelf kiezen wat je voor het ene en wat je voor het andere neemt, maar geef toe het ene en het andere zijn inwisselbaar. Doet mij eraan denken dat ik de biografie van Colette door Judith Thurman nog klaar liggen heb om te lezen.

 

Maandag 22 februari 2021

Ik mag mijn dagboek dan wel een Coronadagboek noemen, opzettelijk heb ik nog weinig allusie gemaakt op deze pandemische tijden. In de eerste plaats omdat anderen dat in mijn plaats met veel gretigheid en vaak beschamende onkunde doen. De meesten ontpoppen zich als eerstelijns moraalridders (of, godbetert, tot experten). Wir haben es gewüsst, maar meer wij ‘weten’ het en vooral: beter dan de rest van het plebs. En dan zijn er ook die zielige pietluttige lieden die ons na elke mail overtuigend “blijf gezond” toewensen en besluiten met een rij hartjes-emoticons. En (ik citeer!) “gele hartjes, want de rode gebruik ik voor mijn familie (sic)”. Eigen familie eerst dus, geïnterpoleerd: eigen gezin eerst, dan eigen vrouw eerst en uiteraard eigen ikzelf eerst. Nee, geen Coronapraatjes van mij, maar – eerlijk is eerlijk – soms kom ik wel een goed artikeltje of een rake bespiegeling tegen over dit onderwerp. Zo de (korte) bijdrage van professor emeritus Rob Devos in het laatste nummer van de Uil van Minerva, onder de titel: Leren van Corona? Zelf citeert Devos het enfant terrible van de Franse literatuur, Michel Houellebecq: “Post-corona zal identiek zijn aan pre-corona, alleen erger”. Na een passage over de besparingen in de culturele sector, besluit Rob Devos met de volgende uitspraak: “Uit de crisis en zijn aanpak valt wellicht iets te leren voor een algemeen gezondheidsbeleid, voor het omgaan met vergrijzing en de strijd tegen sociale ongelijkheid, voor politiek beleid in het algemeen. Onder die voorwaarden zullen deze maanden geen pure ellende geweest zijn.” Ja, wat een gezever al over die Corona en de vooral over de immer verkeerde aanpak van de politici, virologen… de commentatoren weten het altijd beter. Begrijp je nu waarom ik nooit televisie kijk?

 

Dinsdag 23 februari 2021

Na het artikeltje van Rob Devos, is het de beurt aan dat ander, maar minder gekend enfant terrible, Lieven De Cauter die zich waagt aan een analyse van wat hij De biopolitieke uitzonderingstoestand noemt. Zoals het past en enigszins te verwachten is gooit hij er zijn favoriete namen tegen aan: Foucault, Agamben, Achterhuis (en zichzelf natuurlijk). Zijn uitlating: “Het uiteindelijke doel van de politiek is het algemeen belang, het goede leven voor alle burgers.” Het is alsof we hier (de ware) Machiavelli horen. In hoeverre zijn besluit dan realistisch is, durf ik niet beoordelen: “Dus in alle ellende is er hoop: de afgang van het neoliberalisme, de terugkeer van de verzorgingsstaat en de ondergang van het populisme.” Maar zijn laatste zin nuanceert die boude uitspraak dan weer: “Het hangt van de luciditeit en de actiebereidheid van alle burgers af welke richting het uiteindelijk zal uitgaan.”

 

Woensdag 24 februari 2021

“In hoeverre is een feministe geloofwaardig als zij haar ideeën niet waarmaakt in haar privéleven?” het komt van Katie Roiphe, een notoire feministe (uiteraard), journaliste, auteur en intussen ook professor aan een van die vele private universiteiten in de Verenigde Staten. Beroemd of misschien beter berucht geworden met haar eerste boek The Morning After: Sex, Fear and Feminism on Campus, haar andere boeken betreden zowat analoge paden: veel seks en aansluitende moraal. De meeste – ik druk mij beter iets voorzichtiger uit – nog al wat feministen zijn in datzelfde bedje ziek of toch wat onwel. Nu om terug te keren naar haar uitspraak over het privé leven. Ik denk dat dit waar is, maar dat is tevens waar op de andere domeinen van je openbaar respectievelijk privéleven. Geen twee maten en twee gewichten. Word wie je bent en wees daar niet te selectief in. Anderzijds is het zeker zo dat de (normale) mens doorgaans tegenstrijdige karakters of hoedanigheden in één persoon kan verenigd hebben. Een realist kan bijwijlen heel romantisch zijn, een progressieveling kan soms heel conservatieve standpunten huldigen, dat lijkt in tegenspraak, maar vaak is dat verenigbaar of althans begrijpelijk.

 

Donderdag 25 februari 2021

Madame de Staël (1766-1817), feministe avant la lettre die volgens Lord Byron een overdonderende persoonlijkheid bezat, had ook zo haar eigen ideeën. “In een monarchie worden vrouwen belachelijk gemaakt, in een republiek worden ze gehaat.” En in een democratie? denk ik dan. Om wat stout te zijn (zoals Madame de Staël) zou ik stellen: en in een democratie worden ze gedoogd. Begrijp mij niet verkeerd, ik wil onze Madame de Staël niet belachelijk maken, integendeel ze had een heldere en voor haar tijd erg vooruitstrevende geest, visionair zelfs, want ik onthoud van haar ook: “Il faut dans nos temps modernes, avoir l'esprit européen”, uit haar in Frankrijk verboden boek De l’Allemagne. Hiermee schopte ze namelijk Napoleon tegen de schenen die haar prompt zou verbannen. Hoe dan ook: Il faut dans nos temps modernes, avoir l'esprit européen” is mijns inziens vandaag nog steeds heel waar (en waardevol).

 

Vrijdag 26 februari 2021

Wat is normaal? Vroegen Ignace De Visch en Jean-Paul Van Bendegem zich af en De Visch gaf de aanzet: normaal veronderstelt altijd een abnormaal. Dit vanuit de gekende zegswijzen: ‘doe eens normaal’ en ‘de uitzondering bevestigt de regel’. Eigenlijk ben ik niet akkoord, het omgekeerde is volgens mij eerder waar, het abnormale veronderstelt een normaal. Het abnormaal heeft het normale als referentiepunt en niet (noodzakelijk) omgekeerd. Normen (want daar gaat ten slotte om) worden toch niet opgesteld om het potentiële abnormale te beteugelen maar eerder om een aanvaardbare status vivendi te legaliseren en ja, wie niet aan de norm voldoet, mag je abnormaal of eerder ‘innormaal’ (maar dat woord bestaat niet) noemen. En natuurlijk is al wat normaal genoemd wordt zowat een grootste gemene deler, toegepast op (alle) mensen: niemand is normaal of kan normaal zijn, de grootste gemene deler is één, het individu. De ideële stoel van Plato bestaat niet (maar is wel een leuke metafoor die een bepaalde logica kan vergemakkelijken). Op de gekende, vaak geafficheerde uitspraak – ik herinner mij dat zo’n affiche in de wachtkamer van een psychiater hing – “Ooit een normaal mens ontmoet?” kan je niet anders antwoorden dan met “Neen” want mocht je een normale mens ontmoet hebben, dan moet die juist door zijn uitzonderingspositie heel abnormaal zijn.

 

Zaterdag 27 februari 2021

Marcel Proust als idealist: “Het belangrijkste in het leven is niet wat je liefhebt, maar dat je liefhebt.” Heel zijn Op zoek naar de verloren tijd is ervan doordrongen. Dit leidt onvermijdelijk tot het afwijzen van de liefde als een illusie, maar dan wel een illusie die het proberen én de moeite waard is. Om het met Don Quichot (of Cervantes) te zeggen: “De weg is altijd beter dan de herberg”. Wat is het leven anders? Een voortdurend onderweg zijn. Waarheen? Speelt eigenlijk geen rol, zeker als je weet dat de eindbestemming hoe dan ook de dood is. Dus let’s make love. En dat zoiets liefdespijn veroorzaakt (Albertine disparue), ja dat hoort er nu eenmaal bij, kan ook tot op zekere hoogte (!) gecultiveerd worden. Van elkaar gescheiden brengt de liefde geen voldoening, samen lukt het ook niet, wat dan? Finaal de Liebestod natuurlijk, die bewustwording schept fenomenale drama’s, maar voor de gelieven is het maar niets. Romeo en Julia, Tristan en Isolde, wondermooie muziek, maar je gaat maar Isolde zijn.

 

Zondag 28 februari 2021

Helder weer. (Uit het dagboek van Thomas Mann, bij hem terwijl de wereld in brand stond, bij mij terwijl de Coronapandemie honderdduizenden slachtoffers maakt).

Is het dat wat mij bezig houdt? Natuurlijk niet, maar het is een bijzonder probate manier om eens naar frisse adem te happen, stoom af te blazen zoals dat heet. Beginnen over het weer, en als het dan nog eens helder weer is, des te beter.

 

 

 

 

© Copyright 2021  ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN   hetbeleefdegenot.be

Contact: info@hetbeleefdegenot.be - tel. 0498/73.58.73

Laatst bewerkt: 28 februari 2021

a