uit: Tweeblik

Elvire B. Cleenwerck

 

 

Brug

 

wanneer het water de oever overvloeit

bootsman

waarheen moeten wij varen?

 

 

waar is het land?

er is geen overkant

geen baken leidt ons naar de zee

alleen het eeuwige regenen

houdt ons gaande.

de weg is wijd

en wijder dan de horizon

een brug te hoog

de regenboog.

 

licht ons tijdelijk verlicht

geen uitweg neen,

de vraag waarheen

blijft hangen.

 

DE REGENBOOG BOVEN HET LAND

 

 

Regenboog

 

Tussen hem en haar

een glazen witte kaars

een onbevlekte wiek.

 

Tussen hem en haar

zo maagdelijke woorden

wat valt er dan te spreken?

Tijd over jaren uitgerold

herhaalt de tijd dezelfde klachten.

 

Er was een brug, een brug,

maar geen rivier, rivier,

DE REGENBOOG OVER HET LAND geen dal, geen tussenin

licht gebroken in de lucht

lampen branden niet - niet meer

je had een rode mantel aan

en pauwenveren op je hoed.

 

Adem

is de afstand tussen twee punten buiten.

 

 

Witte weg

 SCHRIJVEN

de weg die zich schrijft

is een om en om, een achterom

een hier een nu

te dichten kloof.

 

we schrijven een omweg

een uitweg

een       ver      weg

struikelend van woord naar woord

schrijven wij

met een mes dat snijdt,

schrijven wij

de onzegbare zin

die aanklampt zich vastbijt

schrijven wij

tot elke letter elk woord openrijt.

 

 

 

Balanceren

 

Lezen is schrijven met je ogen.

Ogen zet je op muziek, het geeft niet.

Vele jaren zijn voorbijgegaan,

die zin komt stilaan uit de Bijbel.

Wie schreef haar op? Man, vrouw,

een engel of een geest? Wie dan?

 

Schrijven is lezen met je handen.

Een beetje strelen met je hart, het mag.

De dagen die in nachten zinken,

de ochtend van de ingewijden

kuieren tussen vroege woorden

SCHRIJVENraison d’aimer, een huis dat open staat.

 

 

 

 

© Copyright 2012  ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN   hetbeleefdegenot.be

Contact: hetbeleefdegenot@scarlet.be - tel. 0498/73.58.73

Laatst bewerkt: 25 maart 2012