HET BELEEFDE GENOT vzw

2019

                                           

 

 

Zwarte lijsten - literatuur in dictaturen

Zondag 17 maart 2019

Waar beginnen? vroeg professor Arvi Sepp zich af. En dat begin was Martin Heidegger: zijn oproep in 1933 aan de Duitse studenten tot 'Gleichschaltung' ofte gelijkschakeling. Karl Jsapers kon er niet inkomen waarom zijn collega-filosoof het zo op Hitler begrepen had. Heidegger antwoordde: 'Die wunderliche Hände...', een allesbehalve filsofisch antwoord.

Arvi Sepp ging dieper in op de organisatie van het ministerie van Propaganda, geleid door Goebbels. Hoe ook de Schone kunsten en de literatuur er deel van uitmaakten, hoe je als kunsetnaar of schrijver verplicht werd toe te treden en geacht werd enkel het Duitse te verdedigen en het niet-Duitse af te zweren. Als voorbeeld haalde hij de dichter Gottfried Benn aan, die aanvankelijk heil zag in het Nationaal Socialisme maar na korte tijd toch het demonische ervan inzag en zich terugtrok. En dan kwamen de beruchte en minutieus georchestreerde boekverbrandingen. In elke Duitse stad werd op hetzelfde moment volgens een gelijkaardig programma deze ceremonie opgevoerd (begonnen werd met de Egmont-ouverture van Beethoven, waarna toespraken volgden en tussendoor leuzen tegen de ontaarde schrijvers geroepen werden door studenten).

Een vergelijking met het Stalinisme in de Sovjet-Unie kon niet ontbreken. Hier verwees Arvi Sepp ook uitgebreid naar het gebruik van Samizdat, Tamizdat en Magnitizdat. Tenslotte werd er ook aandacht besteed aan de situatie in de DDR, waar van de ene dag op de andere de vrienden van vroeger de vijanden werden en omgekeerd.

Théodore Géricault - Het vlot van de Medusa

Zondag 3 en 10 maart 2019

Ons eerste intiem salon ging over Théodore Géricaults beroemde schilderij Het vlot van de Medusa.

Na een gesmaakt ontbijt konden we kennismaken met de ontstaansgeschiedenis, de inhoud en de compositie van dit iconische schilderij uit 1819. Vooraf echter werd er stilgestaan bij de aanleiding van dit schilderij, met name de schipbreuk van het fregat Medusa, op weg naar Senegal. Dertien dagen dobberde het vlot rond, van de 150 man aan boord bleven er ten slotte nog 15 uitgeteerde en door weer, wind en zon geteisterde mannen over toen ze gered werden.

Géricault had zijn schilderij gemaakt voor het Salon de Paris van 1819. Hij hoopte dat het Franse hof zijn werk zou aankopen, maar dat gebeurde niet. Pas na zijn dood werd het voor 6005 francs verkocht aan het Louvre, waar het nog altijd te bezichtigen is.

In tegenstelling tot veel van zijn voorgangers, schilderde Géricault ‘gewone helden’, geen heroïsche figuren uit de Napoleontische tijd, maar slachtoffers van het brute natuurgeweld, hun vertwijfeling, de gelatenheid van enkelen, de hoop van anderen. Ook al lag de scheepsramp van de Medusa politiek erg gevoelig in het toenmalige Frankrijk, het schilderij was zeker niet bedoeld om te provoceren.

 

Eenzaamheid is bedreigend - over Orhan Pamuk

Zondag 24 februari 2019

Na een ruime inleiding over Wereldliteratuur, de Nobelprijs voor literatuur en een beknopt overzicht  van de Turkse geschiedenis focuste prof. Jürgen Pieters zich op de figuur van Orhan Pamuk.

Hij is geboren in een rijke familie, dankzij het fortuin van zijn grootvader aan vaders kant en woonde van kindsbeen af in een rijke verwesterde buurt van Istanbul. Dat hij als schilder wou debuteren is merkbaar in zijn romans, waarin het visuele een grote rol speelt. Zijn werk is doordrongen van de spanning tussen Oost en West, tussen traditie en moderne tijd.

Een belangrijke plaats in zijn werk wordt ingenomen door ‘hüzük’, nog het best te vertalen als (Turkse) melancholie, een melancholie waaruit men ook troost kan putten. Zowel Pamuk als zijn personages lijden er onder.

Jürgen Pieters besprak tot slot heel kort een drietal werken: Ik heet Karmozijn, Sneeuw en Het Museum van de onschuld.

 

 

 

De stenen van Venetië - over John Ruskin

Zondag 27 januari 2019

Over John Ruskin valt veel te vertellen, teveel eigenlijk en bijgevolg was anderhalf uur te weinig om leven en werken van deze excentrieke kunstcriticus, aquarellist, tekenaar, schrijver, ethisch denker... uitgebreid voor te stellen. Toch begon Peter Desmet met een vrij omvangrijke inleiding over de Preraphaëlieten en William Turner. Terwijl deze schilders in hun tijd neergesabeld werden en de meest vulgaire scheldpartijen over hun hoofd kregen, was John Ruskin de eerste en hevigste verdediger van deze 'modernen'.

Zoon van iemand die het gemaakt had in de industriële wereld, kwam hij al vroeg in contact met de nieuwe kunst van zijn tijd; zijn vader kocht namelijk nogal wat schilderijen van Turner. Privélessen tot zijn 17de en dan student aan Oxford. Intussen werd er een huwelijk gearrangeerd met Euphemia 'Effie' Gray. Een huwelijk dat er in feite geen was, want om onduidelijke redenen nooit geconsummeerd. Effie geraakt bovendien verliefd op de Prerafaëlitische schilder John Everett Millais met wie ze later zou trouwen. Haar huwelijk met Ruskin werd 'geannuleerd', aangezien de twee wettelijk niet konden scheiden. In zijn verder leven kwam Ruskin vooral op voor de Lower classes in de Engelse maatschappij. Zijn invloed was groot, maar nadat hij een proces verloren had tegen de schilder Whistler, omdat hij één van zijn schilderijen 'een pot met verf' had genoemd, was het zowat gedaan met zijn invloed. Zijn geestelijke vermogens gingen zienderogen achteruit en in januari 1900 stierf hij, 80 jaar oud.

 

 

 

  ARCHIEF                   SPREKERS

                                 2006 - 2018                                                                      

 

 

© Copyright 2019  ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN

Het Beleefde Genot vzw - Doornlaan 8 - 8210  Zedelgem
tel
0498 73 58 73 - www.hetbeleefdegenot.be - hetbeleefdegenot@scarlet.be
BTW
BE 0893.747.805  - rekening IBAN: BE71 0014 8517 3969 (BIC: GEBA BE BB)

Laatst bewerkt: 17 maart 2019