HET BELEEFDE GENOT vzw

2018

                                           

 

 

Het gelijk van Eurydice

9 deember 2018

Zondag 9 december. De vrouw krijgt het laatste woord: het gelijk van Eurydice. Eerst iets over hij en zij in de Griekse mythologie met straffe bedenkingen over het moederschap door Adrienne Rich (“motherhood is a problematic cultural construction that needs to be redefined according to women’s own understanding and experience”).

Daarna is er wat dieper ingegaan op de vrouwenstudies vandaag: met name het gelijkheidsdenken met zijn inhaalmanoeuvres (Simone de Beauvoir), het verschildenken met het spreken van een eigen taal (Cixous, Irigaray, Kristeva) en het deconstructiedenken van het poststructuralisme: wat scheelt er achter het teken-vrouw (Cindy Sherman, Marlène Dumas en Niki de Saint Phalle)?

En dan waren er nieuwe vragen: over hem en over haar, over de vrouwelijke onmacht en de nieuwe vrouwelijke kracht, over het vrouwelijk lichaam en over de eigen keuzes. Kwamen hier ter sprake: R.M. Rilke, Hilda Doolittle, Carol Ann Duffy, Bracha Ettinger, Pina Bausch en Katty Acker …

 

 

 

Het gelijk van Orpheus

25 november 2018

De vraag stellen is ze nog niet beantwoorden en dat heeft Freddy Decreus op 25 november jl. eigenlijk ook niet gedaan. Wel is hij ingegaan op de oorspronkelijke mythe en zijn vele varianten, vooral later in de (kunst)geschiedenis. Er bestaan twee oorspronkelijke versies van het verhaal: dat van Vergilius en dat van Ovidius. Decreus zocht dan naar een drievoudige interpretatie: als mythisch drama (Orpheus was de zoon van Apollo), als menselijk drama (het verlies en de afdaling en terugtocht van Orpheus) en als bovennatuurlijk drama (de reis van de ziel: Orpheus als sjamaan).

Bij het mythische drama werd de klemtoon gelegd op het ei dat veel voorkomt in volksverhalen uit verschillende delen van de wereld en op de (be)tover(ing) van de (wilde) dieren, bomen en stenen. Kunstenaars als Vladimir Kush, Auguste Hirsch, Peter Wenzel, John Macallan Swan passeerden hier de revue. Meer aandacht ging naar de menselijke interpretatie, met name: man verliest vrouw, waarbij schrijnende beelden van kunstschilder Jan Cox en Jean Bilquin aan bod kwamen. Er viel heel wat te verftellen over de afdaling (katabasis) en de terugtocht (anabasis), theorieën van Lacan, Jung en Freud werden hierbij niet geschuwd: Orpheus, een man op zoek naar zichzelf.

Als derde deel kwam dan de bovennatuurlijke interpretatie aan bod: Orpheus bezield en ontzield, Orpheus als sjamaan maar ook als de goede herder. Interessant was ook de uitweiding over het derde oog en het verloren woord. Besluit was dan ook: het verhaal van Orpheus is de queeste van de mannelijke held naar inzicht in zichzelf, maar ook van de sjamaan op zoek naar de absolute samenhang der dingen.

 

Vers per Vers

19 - 28 oktober 2018

 

Het eerste (en laatste?) Poëziefestival is een feit. Een hele week lang stonden activiteiten in het teken van de edele dichtkunst. Een festival waarbij ook ander actoren betrokken waren: de cultuurdienst Zedelgem, de bibliotheek Zedelgem en het Davidsfonds Veldegem-Zedelgem.

 

Het startschot werd gegeven op vrijdag 19 oktober met een huldiging van Gwij & Agnes Mandelinck. Jammer genoeg konden Gwij & Agnes niet aanwezig zijn omwille van de zwakke gezondheid van de dichter. Wel aanwezig waren zijn kinderen en kleinkinderen. Het is een waardige en mooi hulde geworden met voorlezen van een tiental gedichten door Maité Gobyn en een voortreffelijke toespraak van de directeur van het Poëziecentrum Carl Destrycker (zie elders in dit nummer).

Tussendoor konden de aanwezigen genieten van het harpenspel van de zussen Emily en Mathilde Wauters, zij brachten werk van Cesar Franck, John Thomas, Johann Sebastian Bach (een transcriptie van de eerste vioolsonate door Fabrice Pierre) en een hedendaags stuk van Bernard Andrés.

Op het einde werd een geschenk overhandigd aan de zoon en dochters van Gwij en Agnes: een portret van Gwij Mandelinck, geschilderd door de plaatselijke kunstenaar Wilfried Vandecasteele (zei foto).

Twee dagen later bracht Patrick Lateur op een passende manier hulde aan de jarige Anton Van Wilderode (hij zou dit jaar 100 jaar geworden zijn). Hij deed dat met veel verve en illustreerde zijn lezing met talrijke fragmenten uit Van Wilderodes poëzie.

Weer twee dagen later mocht Daniël Billiet aan zeven gegadigden enkele knepen doorgeven: waarop moet je letten bij het schrijven van poëzie?

En lagen nog eens twee dagen tussen de volgende activiteit, een film over het leven van de dichteres Emily Dickinson, teruggetrokken en toch rebels, haar poëzie behoort tot de poëtische canon.

Een uitverkochte zaal mocht op zaterdag 28 oktober luisteren naar Francis Mus, hij maakte er een bevattelijke en zeer boeiende evocatie van vooral de dichter Leonard Cohen. Zijn uiteenzetting werd afgewisseld met een live optreden van vier muzikanten die uiteraard nummers van Leonard Cohen ten gehore brachten.

Daags nadien vond dan het slotevenement plaats. Vier plaatselijke dichters, Ann Dewulf, Alidor De Volder, Karel Declercq en Bart Madou, kregen er een podium om elk gedurende een tiental minuten hun gedichten naar voor te brengen. Tussendoor speelde de veelbelovende pianist Alexander Declercq de zgn. kleine sonate in A van Schubert, Grave uit études-tableaux van Sergeï Rachmaninoff en het sprankelde Les cloches de Las Palmas van Camille Saint-Saens.

Volgt er een tweede editie van dit Poëziefestival? Dat weten wij misschien volgend jaar.

 

 

Sigmund Freud, actueler dan ooit!

Zondag 23 september 2018

Sigmund Freud, terug van nooit weg geweest. Dat was althans de boodschap die Johan De Groef, gerenommeerd psychoanalyticus, ons bracht.

Freud die niet naar zijn patiënten keek, maar de eerste was die naar hen luisterde - en hen liet spreken. En dit net het moeilijkste is in een mensenleven: luisteren en spreken. Wie durft zomaar te vertellen wat hij of zij denkt? Hoe u voor mensen die beweren dat deze of gene afwijking nooit bij hen kan plaatsvinden, omdat zij nu eenmaal normaal zijn. En wat gebeurt er allemaal in de kelder van onszelf, het onbewuste? En wat kunnen wij leren uit vrije gedachtenassociaties? Freud was beslist een pionier, ook al had hij het niet altijd bij het rechte eind of komen sommige van zijn redeneringen nu wat naïef over.

Johan De Groef gebruikte hierbij het gekende ijsbergmodel, waarbij het zichtbare gedeelte, het bewuste, niet opgewassen is tegen dat wat onder de waterlijn verborgen is, het onbewuste. Hij brak ook een lans voor de (langzame) gesprekstherapie die diametraal staat tegenover de huidige trends van snelle resultaten, ook in de psychiatrie. Dat de analyticus hierbij niet de alles wetende en alles oplossende persoonlijkheid is, staat ook vast.

 

Joseph Roth

Zondag 3 juni 2018

Joseph Roth, de heilige drinker, vooral dit laatste.

Met veel enthousiasme bracht Els Snick een hommage aan deze wat ten onrechte in de vergetelheid geraakte Oostenrijks-Joodse schrijver. Tijdens zijn leven was hij nochtans een gerespecteerd auteur en vooral journalist. In zijn laatste (in het Nederlands enkel als graphic novel verschenen) boek ‘Die Legende vom heiligem Trinker’, verschenen na zijn dood, was als het ware een voorafspiegeling van zijn eigen dood. Roth, die nooit in een huis gewoond heeft, maar steeds van het ene hotel naar het ander trok, vond zijn inspiratie heel vaak in dit wereldje van hotels en cafés.

Leuk was ook te vernemen dat Joseph Roth ooit nog een affaire had met ene Marie Gillès de Pélichy, dochter van de burgemeester van Snellegem, maar toen Marie haar mond over haar relatie met Roth voorbijpraatte werd ze prompt in een klooster gestopt en al even prompt uitgehuwelijkt aan een Brusselse zakenman. Els Snick wees de aanwezigen ook op het actuele karakter van veel van Roths werken.

 

 

Stefan Zweig

Zondag 29 april 2018

Stefan Zweig, geboren in 1881, gestorven in 1942:  twee memorabele jaren voor de Joodse gemeenschap. 1881 of een golf van anti-Joodse pogroms in Rusland met een grote emigratiegolf als gevolg; 20 januari 1942: de Wannseeconferentie, waarop de Endlösung van de Joden aangekondigd en van kracht werd. Jeannick Vangansbeke, historicus en auteur van o.a. Stefan Zweig en de Reformatie, maakte er ons attent op.

Na een kort overzicht van Zweigs leven vergeleek Jeannick Vangansbeke Stefan Zweig met Erasmus. Tussen beide heren waren heel wat parallellen te ontdekken. Maar ook over de Franse humanist Sebastian Castellio, eigenlijk Sébastien Châtillon, schreef Zweig een boek. Zweig schreef nog meer boeken over 16de-eeuwers, zoals over Magellaan en Vespucci en vooral over Mary Stuart: als slachtoffer van de intolerantie was zij een van zijn helden.

Was de lezing heel kort, dan mochten wij op het einde ervan toch twaalf boeken van Jeannick Vangansbeke verloten.

 

8ste Thomas Mannlezing - Het einde van Europa?

Zondag 15 april 2018

Onze jaarlijkse hoogmis vond dit jaar voor het eerst plaats in De Braambeier.  Aan het woord was Alicja Gescinksa, filosofe. Haar onderwerp: de Amerikanisering en de bedreiging die deze inhoudt vooral voor de menswetenschappen. Haar uitganspunt was de vaststelling dat Europa in de eerste plaats een beschaving was en dat die gebaseerd is op de menswetenschappen. Zij ging dieper in op het gevolgen van de Amerikanisering, waarbij zij aandacht vroeg voor drie fenomenen: de Amerikanisering als commercialisering, de Anglificatie of de wereldwijde triomf van de Engelse taal en tenslotte de globalisering en de manier waarop dit fenomeen de menswetenschappen ondermijnt.

Finaal kwam ze tot de vaststelling dat mensen “worden”, en dat ze zowel beter of slechter kunnen worden. In dat wordingsproces spelen de menswetenschappen en de kunsten een allesbepalende rol. Deze zijn weliswaar geen waarborg voor een betere wereld, maar zonder de menswetenschappen ontmenselijkt de mens.

De volledige lezing is verschenen als bijlage bij Toverberg 49.

 

Bloomsbury revisited - over de Bloomsbury Group

Zondag 11 maart 2018

Drie weken na haar lezing over Virginia Woolf was Magda Michielsens weer te gast, dit keer met een verhaal over de Bloomsburygroep. Deze groep bestond uit intellectuelen en kunstenaars die zich in 1904 in de Londense wijk Bloomsbury vestigde.

Zij vormden als het ware de culturele motor van London en Groot-Brittannië in het algemeen. De kern van de groep bestond uit de zusters en broers Stephen: Virginia (later Woolf), Vanessa (later Bell), Thoby en Adrian. Vooral Thoby bracht zijn vrienden uit Cambridge mee naar Bloomsbury. Berucht zijn de dinsdagavonden waarop over politiek, economie, cultuur en filosofie gediscussieerd werd. De leden van de groep waren niet de minste: behalve de Stephens, waren er Leonard Woolf, Clive Bell, Roger Fry, T.S. Eliot, John Maynard Keynes, Duncan Grant en nog enkele anderen.

De Bloomsburygroep – een naam die pas later buiten henzelf ontstaan is - was niet echt een groep, maar eerder een vriendenkring van intellectuelen uit hogere kringen, progressief en met een bohémienachtige levensstijl. De groep wilde breken met de geslotenheid en de bekrompenheid van Victoriaans Engeland. Daarom: openheid, vrijheid van mening, verwerping van dogma’s, open huwelijken. Bovendien was homoseksualiteit eerder de norm dan de uitzondering.

 

A moment of being - over Virginia Woolf

Zondag 18 februari 2018

Op 18 februari jl. gaf prof. Magda Michielsens ons een indringend beeld van de Engelse schrijfster Virginia Woolf.  Michielsens begon met een uitvoerig portret van de omgeving van Virginia Woolf, geboren als Stephen in 1882 in een welstellend, intellectueel maar nieuw samengesteld gezin. Ze had stiefbroers en stiefzusters terwijl ze ook een zuster, Vanessa en nog twee broers had.

De familie Stephen woonde vlakbij Hyde Park in een groot donker huis, maar elke zomer brachten ze hun vakantie door in St. Ives. Die vakanties hadden een grote invloed op het latere werk van Virginia Woolf. Als Virginia 13 jaar is sterft haar moeder, zijzelf krijgt dan haar eerste psychische ineenstorting. Maar het noodlot bleef maar toeslaan: haar halfzuster Stella sterft twee jaar na haar moeder, haar halfbroer George misbruikte haar.

Tot groot verdriet én opluchting stierf in 1904 – Virginia was 22 – haar vader. De overgebleven kinderen gaan dan in Bloomsbury wonen. In 1912 trouwt Virginia met Leonard Woolf, maar het duurt niet lang of Virginia stort weer in. Leonard erg begaan met zijn vrouw en zij verhuizen naar de buiten, naar Hogarth, een tiental kilometer buiten Londen. Samen richten zij de uitgeverij en drukkerij Hogarth Press op. Intussen had zij al haar eerste roman ‘The Voyage Out’ gepubliceerd, er zouden er nog zeven volgen waarvan To the Lighthouse en The waves allicht de bekendste zijn. Verder schreef ze ook nog drie biografieën (o.a. van Roger Fry) en twee lange feministische essays. Zij hield ook een dagboek bij.

Toen de Tweede Wereldoorlog begon, ontbrak haar de psychische kracht om die te doorstaan. Op 28 maart 1941 pleegde ze zelfmoord, ze was 59 jaar oud.

De steen van Rosetta ontraadseld - over hiërogliefen

Zondag 28 januari 2018

'Wie kan tekenen, kan schrijven’ zo beweerde Peter De Smet bij aanvang van zijn lezing over hiërogliefen op 28 januari ll. Maar niet iedereen kan tekenen en evenmin zo’n 1000 tekens onthouden… en dat probleem beseften ze al in het oude Egypte en met oud bedoelen we zo’n 3000 jaar voor onze tijdrekening. Vandaar dat men overging naar een sneller cursiefschrift het zgn. hiëratisch schrift, maar ook dit schrift bleek te complex en zo ontstond wat men het demotisch schrift noemde.

Aanvankelijk gebruikten de Egyptenaren beeldtekens of ideogrammen: een kruik schrijven was een kruik tekenen. Drie kruiken werden voorgesteld door drie kruiken, nogal logisch, maar 1000 kruiken? En eigennamen? En abstracte begrippen als liefde bijvoorbeeld? De oplossing was het gebruik van fonogrammen: niet de betekenis van het schriftteken was bepalend maar de klank. Zo betekende de klank ‘kha’ zowel duizend als lotusbloem, dus lag het voor de hand om ‘duizend kruiken’ te ‘schrijven’ als de afbeelding van een lotusplant plus een kruik. Het schrift werd op die manier een soort rebus. Peter De Smet gaf als voorbeeld: het woord bijbel zou je kunnen schrijven (of tekenen) als een bij en een bel. Maar zo eenvoudig was dat nu ook weer niet: de fonogrammen werden steeds condenser en mede door de verovering van Egypte door de Grieken verwerden de fonogrammen tot karakters. Net zoals hun buurvolkeren noteerden de Egyptenaren enkel de medeklinkers en omdat veel woorden zonder klinkers op elkaar leken, plaatsten de Egyptenaren zgn. determinatieven achter bepaalde begrippen, dat waren tekens zonder klankwaarde die de betekeniscategorie aangaven, bijvoorbeeld twee benen voor woorden die met beweging te maken hadden of een papyrusrol om een abstract begrip aan te duiden.

Uiteraard is Peter De Smet ook ingegaan op de ontcijfering van de hiërogliefen, waaraan vooral het Franse talenwonder Jean-François Champollion toe bijgedragen heeft, al dient vermeld dat hij enkele geniale voorgangers had zoals bijvoorbeeld de Italiaan Pierio Valeriano (XVIe eeuw).

 

 

  ARCHIEF                   SPREKERS

                               2006 - 2017                                                                      

 

 

© Copyright 2019  ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN

Het Beleefde Genot vzw - Doornlaan 8 - 8210  Zedelgem
tel
0498 73 58 73 - www.hetbeleefdegenot.be - hetbeleefdegenot@scarlet.be
BTW
BE 0893.747.805  - rekening IBAN: BE71 0014 8517 3969 (BIC: GEBA BE BB)

Laatst bewerkt: 09 december 2018